Voor Excelsior Maassluis staat morgen een absolute bekerkraker op het programma. Op Het Kasteel neemt de ploeg het op tegen Ajax, een affiche dat tot de verbeelding spreekt. Voor Devin Plank wordt het een bijzondere dag, waarin werk, focus en een vleugje rivaliteit samenkomen. In aanloop naar het duel spraken we met hem over zijn voorbereiding, eerdere bekeravonden en de kansen tegen Ajax.
De wedstrijddag begint voor Plank vrij normaal. In de ochtend gaat hij gewoon nog aan het werk. “Van zeven tot twaalf ben ik aan het werk,” vertelt hij. “Daarna ga ik naar huis en ga ik rustig naar de wedstrijd toe leven. Om half vier verzamelen we op de club en eten we nog wat met z’n allen.” Pas daarna gaat de knop volledig om richting Ajax.
Als het gaat om eerdere bekerervaringen, hoeft Plank niet lang na te denken. “Excelsior Rotterdam staat nog het meeste op mijn netvlies,” zegt hij. “Een hele mooie prestatie wardoor we nu op het Kasteel staan. Ook de bekerwedstrijd uit bij Ajax in de Arena was voor mij persoonlijk erg mooi. Ik viel toen in na een lange tijd afwezigheid en persoonlijk moeilijke periode.”

Dat het duel tegen Ajax op Het Kasteel wordt gespeeld, ziet hij vooral als een pluspunt voor het publiek. “Voor de support wel,” erkent hij, “maar voor ons niet per se.” Plank had liever op het eigen Sportpark Dijkpolder gespeeld. “Ik had Ajax graag op ons complex willen zien, in de kleine kleedkamers en op een hard kunstgrasveld.”
Over de vorm van Ajax is hij realistisch. “Ze zitten er wat beter in dan vorige maand,” zegt hij. Toch ziet hij mogelijkheden. “Ik denk dat het nooit leuk is om als prof tegen amateurs te spelen. Voor hen wordt zo’n wedstrijd vaak gezien als een moetje.” Juist daarin schuilt volgens Plank een kans.
Tot slot is er natuurlijk nog de rivaliteit. Als uitgesproken Feyenoorder krijgt hij genoeg reacties uit zijn omgeving. “Ja tuurlijk, er zijn over en weer al grapjes gemaakt met collega’s en vrienden,” lacht hij. “Iedereen heeft nu wel een mening over Ajax, zeker als je Feyenoorder bent. We gaan er in ieder geval vol voor en daarbij genieten van de sfeer.”
Foto: Mischa Keemink




