Michiel Kramer heeft zaterdagavond een emotioneel punt achter zijn profcarrière gezet. De oud-Feyenoorder speelde met RKC Waalwijk tegen Willem II in de kwartfinale van de play-offs, maar na de nederlaag ging het niet meer over de uitslag. Bij Kramer kwam vooral één besef keihard binnen: dit was zijn laatste wedstrijd als profvoetballer.
Na het laatste fluitsignaal hield de spits het niet droog. De 36-jarige Rotterdammer werd overvallen door emoties en sprak na afloop openhartig over het einde van een lange carrière.
“Op een gegeven moment gaat er zoveel door je heen. Dit is het einde van mijn carrière en dat besef komt dan ineens na het fluitsignaal binnen”, vertelt Kramer in gesprek met ESPN. “Dat kwam ook wel binnen. Ik werd eerlijk gezegd een beetje overvallen door de emoties, want het is gewoon klaar. Het is prima, maar ik schaam me ook niet voor de tranen. Dit is iets waar ik heel trots op ben en waar ik ontzettend mooi op terug zal kijken.”
Kramer keek niet alleen terug op zijn jaren als voetballer, maar vooral ook op de mensen die hem onderweg hebben gesteund. Terwijl de emoties nog duidelijk zichtbaar waren, sprak hij zijn dankbaarheid uit.
“Als ik nu kort na de wedstrijd relativeer en kijk waar ik ben gekomen en wat het mij heeft gebracht, dan kan ik niet meer dan trots zijn op mijn ouders, zus, kinderen en iedereen die mij vanaf dag één heeft gesteund. Ik ben ontzettend dankbaar dat we die hele weg samen hebben bewandeld.”
Voor Kramer zit het profvoetbal er nu dus echt op. De voormalig Feyenoord-spits, die 71 officiële wedstrijden speelde voor de Rotterdammers, neemt eerst de tijd voor een lange vakantie. Daarna blijft hij wel actief in de voetbalwereld. Bij RKC Waalwijk gaat hij aan de slag in de technische staf, waar hij betrokken wordt bij zowel het eerste elftal als Onder 21. Tegelijkertijd gaat hij werken aan zijn trainersdiploma’s.
Kramer speelde sinds 2021 voor RKC Waalwijk en kwam daar uiteindelijk tot 130 wedstrijden en 35 doelpunten. Eerder droeg hij onder meer de shirts van FC Volendam, ADO Den Haag, NAC Breda, FC Utrecht, Sparta Rotterdam en Maccabi Haifa.






