Jan van Halst en Alex Pastoor zijn kritisch op het optreden van Feyenoord tegen Real Betis. De Rotterdammers verloren woensdag met 1-0 in Sevilla. Vooral de manier waarop de ploeg van Giovanni van Bronckhorst aanviel en verdedigde, roept bij de analisten vragen op.
Pastoor sluit zich aan bij die analyse, maar heeft daarnaast moeite met de manier waarop Feyenoord het spel probeert op te bouwen. “Wat ik vooral heb: ze voetballen veel te ingewikkeld. Als ze de bal hebben is het veel breed en terug. Dat ligt er dan aan dat de voorste aanspeelpunten niet goed en niet in de diepte vrijlopen, vaak.”
Vooral de verdedigende organisatie begrijpt de oud-trainer niet. “Maar vooral in het verdedigen, daar gebeuren dingen, daar snap ik echt helemaal geen r**t van”, vervolgt Pastoor. Hij legt uit dat Feyenoord probeert Anis Hadj Moussa als tweede spits te gebruiken en vanuit een 4-4-2-formatie te verdedigen. Daardoor komt Gjivai Zechiël geregeld in de rechterzone terecht.
“Op de een of andere manier willen ze in het centrum van de verdediging altijd een mannetje overhouden”, stelt Pastoor. Dat leidt volgens hem tot onlogische posities op het veld. “Dat betekent dat Zechiël soms rechtsback komt te staan en Valente soms linksback. Dan staan ze met zes op een rij, en dan nog weet de tegenstander een vrije man te vinden.”
De analist ziet een eenvoudigere oplossing voor het probleem. Feyenoord zou volgens hem meer vanuit twee herkenbare linies van vier spelers moeten verdedigen, zodat de inspeellijnen van de tegenstander beter kunnen worden afgeschermd.
Pastoor is dan ook niet te spreken over wat hij in Sevilla heeft gezien. “Dat vind ik hele onlogische dingen. Als je met twee rijtjes van vier blijft staan, dan kun je daar alles oplossen. Als de tegenstander dan met vier voorwaartsen komt dan is het mooi vier tegen vier en heb je dus vier spelers om de inspeellijnen dicht te lopen. Dus het viel mij erg tegen”, besluit hij.
Foto: Mischa Keemink






