Waterwegsport.nl legend: Feike Cats: “gouden medaille met het Joods Olympisch hockey Elftal was mijn absolute hoogtepunt”

Bij Waterwegsport.nl hebben we natuurlijk diep respect voor de sporters, bestuursleden en andere belangrijke giganten die onze regio het kleurrijke verleden geven waar deze om bekend staat !
In waterwegsport.nl legends kijken we met deze tijdsbepalers terug op de periode dat zij een prominente rol speelden. Hoe ging het toen en hoe gaat het nu? Deze week een echte hockey legend: Feike Cats. De flamboyant positivo sloeg al vroeg een carrière als voetballer af om zich volledig te storten op ‘zijn’ Pollux. Zowel als trainer en als speler gooide hij hoge ogen waarna hij met een indrukwekkend vrijwilligersbestaan het predicaat erelid verdiende. Zijn broer Onno werd ooit ongewild het kind van de rekening…….

Personalia: Feike Cats (1964), 26 jaar met Marloes Langezaal. Het sportieve stel heeft 3 kinderen: Iris (26 jaar, speelt in Dames 2 van Pollux, Joep (24, voetbalt bij Victoria)) en Roos (20, speelt in Dames 1 van Pollux).

Werk: Eigen bedrijf werkzaam in de marketing. Het draait om de zelfverzonnen woorden klantousiasme en verleuken. Ik heb nu 4 boeken geschreven en die staan vooral in het teken van klantgerichtheid.

 

Je sport: hockey, maar wat niet veel weten ben ik met voetbal begonnen bij HVO. Als C’tje kwam ik zelfs in het Vlaardings elftal. Ik had in Pleun Onderdelinden en kees Schilder 2 geweldige leiders en trainers. In de B’tjes ging ik hockeyen bij Pollux. Na een jaar werd ik al gescout door Hockeyclub Rotterdam (HCR). Heb nog gespeeld voor het Zuid-Hollands elftal. Ik kreeg de ziekte van Pfeiffer en ben teruggegaan naar Pollux waar ik in de senioren ging spelen. Heb nog 1 jaar bij Spirit gespeeld met de mannen van Hengst tegen de Jacobsen Gaf heel veel plezier. Het was altijd zaak om wijlen Marc Jacobs uit zijn tent te lokken en kreeg hij rood dan was de opzet geslaagd.

 

Trainersschap:Ik heb tot mijn 32e gespeeld in het eerste. Ondertussen was ik al trainer/coach, ik begon op mijn  23e jaar als coach bij Pollux Dames 1. Voor mijn diploma TC A was Franklin Dikmoet de examinator. Ik had hele training voorgekookt en geoefend en dat zei ik ook tegen hem. Dikmoet vond het prima en ik had mijn papiertje. We promoveerden met de Pollux-dames naar de 3e klasse. In 1988 werd ik coach van Pollux Heren 1, we speelden toen nog op gras. We trainden elke vrijdag op het kunstgras van Spirit, heel gek eigenlijk. Was ook nog coach van Spirit en dat team kwam mij gewoon toejuichen op Pollux. Tot mijn 35e jaar ben ik coach bij de senioren geweest.

Andere sporten: ik speel golf, tennis, en padel. Ik ski graag, loop hard, fiets, wandel en ga zo gauw het kan weer zwemmen. Sport is een groot deel van mijn leven.

 

Mijn club: natuurlijk Pollux, ben er zelfs erelid. Heb bijna alles gedaan wat kon. Heb het er altijd naar mijn zin, heb er vrienden en mijn dochters spelen er nu. Marloes en ik gaan natuurlijk altijd kijken, ook naar Joep  uiteraard. Ik had graag gezien dat Pollux bij Hockey Combinatie Schiedam (HCS) was aangesloten. Dat is een mooie vereniging geworden.

 

Soort speler: technisch en tactisch sterk. Was niet de hardste loper of werker. Ik heb op alle posities gespeeld, ben alleen geen keeper geweest. Als laatste man voelde ik me het fijnst, de lijnen uitzetten he. Moet eerlijk zeggen dat ik dacht dat ik alles beter wist. Ik was best een irritante speler, eerlijk gezegd.

 

Beste/slechtste trainer: zonder twijfel Han Schwantje, mijn trainer van Jongens A bij HCR. Hij straalde wijsheid uit. Heb zeker slechte trainers gehad, die je vooral lieten hardlopen. Maar dan was ik erg goed in afsnijden.

Fijnste ploeggenoot: heel veel, naast goede hockeyers ook mensen-mensen. Om er een paar op te noemen: Jan-Bart Vollebregt, Peter Adriaansens, Bart-Jeroen Petri en Floris Hollestelle. En zo zijn er nog wel meer natuurlijk.

 

Vroeger was alles beter: Zeker niet, wel anders. Ik houd er niet van om zoiets te zeggen. Elke tijd geeft iets om aan terug te denken.

 

Mooiste sportmoment: mijn gouden medaille op de Maccabi Games met het Joods Olympisch hockey Elftal. Alle spelers moesten natuurlijk Joods zijn, maar 15 van de 17 spelers hadden hun velletje nog. Toch mochten we onze wedstrijden spelen, met soms wel 50.000 toeschouwers op de tribune. By far mijn mooiste sportmoment.”

Moeilijkste sportmoment: Na de dood van mijn neefje Sander in 1994, de zoon van mijn zus, speelde in nog één keer met Pollux 1. Ik speelde met de stick van Sander, dat zal ik nooit vergeten.

Kunstgras: heb zelf nog op gras gespeeld, dat kunnen de meesten zich niet voorstellen. Ook niet dat we een strafcorner gewoon snoeihard en hoog inschoten. Op kunstgras spelen is compleet anders.

Leukste anekdote: We speelden met Pollux heel vaak voor de competitie in Brabant. En altijd hadden we gezeik met de scheidsrechters., die volgens ons alles deden om ons te laten verliezen. Zo ook die ene keer waarna we besloten de scheids op te sluiten in zijn kleedkamer. Met een cornervlag werd zijn deur geblokkeerd. Eenmaal weer vrij eiste de scheidsrechter de naam van degene die het had gedaan. Wij besloten de naam van mijn broer Onno op te geven, die op dat moment op vakantie in Portugal was. Hij keek dan ook heel raar op  toen hij per post een schorsing van 8 wedstrijden kreeg. Hij begreep er helemaal niets van.

Nog even dit: Het zou toch fijn zijn als ouders, bijvoorbeeld rond het sportveld, hun eigen kind niet het beste zouden vinden en alleen oog hebben voor hun eigen kind.

Ik geef het stokje door aan Yvonne Lomans.

Door: Ton de Leede

 

 

 

 

 

 


Het laatste nieuws:

Deel dit bericht: <br>Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on Facebook
Facebook
0Pin on Pinterest
Pinterest
0Email this to someone
email

Mischa Keemink

WaterwegSport.nl - info@waterwegsport.nl